Interview met pater Chibundo

Geschreven door

in

“Dag Pater Chibundo, hoe gaat het met u?”
Dank u, het gaat goed met mij. Ik ben blij en dankbaar dat ik hier in België mag zijn. Natuurlijk zijn er dagen waarop ik moe ben, maar dat hoort bij het leven. Ik probeer vooral dankbaar te blijven en te genieten van de mensen en de ervaringen die God op mijn weg brengt.

“Hoe ervaart u het om hier priester te zijn, in een grotendeels
geseculariseerde samenleving?”

Het is anders dan wat ik in Nigeria gewend was. In Nigeria speelt geloof voor veel mensen een heel zichtbare rol in het dagelijks leven. Hier is dat anders. Er zijn mensen die sterk geloven, maar er zijn ook mensen die weinig of niets met de Ker hebben.
Voor mij is dat geen reden om ontmoedigd te zijn. Het is juist een uitnodiging om dichter bij de mensen te staan. Als priester wil ik niet alleen spreken. Ik wil ook luisteren. Ik wil mensen leren kennen, hun ervaringen begrijpen en samen met hen op weg gaan.
Ik denk dat mensen vandaag nog altijd veel vragen hebben over het leven, liefde, lijden, eenzaamheid, hoop en de zin van het leven. Soms drukken ze die vragen alleen op een andere manier uit.
Daarom denk ik dat de Kerk aanwezig moet zijn bij de mensen, niet alleen binnen de kerk.

“Hoe gaat het met uw familie? Kan u iets meer vertellen over uw
familie en het land waar u bent opgegroeid?”

Mijn familie stelt het goed. Wij zijn met vier kinderen: twee jongens en twee meisjes. Ik ben de jongste.
Ik ben opgegroeid in de staat Anambra in Nigeria. Mijn ouders hebben ons geleerd om hard te werken, tevreden te zijn met wat we hebben, elkaar lief te hebben en elkaar te vertrouwen.
Mijn moeder was verpleegster en mijn vader was apotheker. Misschien heeft dat ook invloed op mij gehad. Als priester vind ik het namelijk heel belangrijk om voor zieke en oudere mensen te zorgen. Ik ben opgegroeid in een familie die graag zaken deed en hard werkte. Tegelijkertijd vonden wij het belangrijk om de Kerk te steunen en mee te helpen in de parochie. Als kind was ik misdienaar. Als ik vandaag terugkijk, was dat één van de belangrijke
stappen op mijn weg naar het priesterschap.

“Hoe is het voor uw familie dat u priester bent en zo ver van huis
woont?”

Mijn ouders hebben mijn roeping altijd gesteund. Eigenlijk denk ik dat zij al iets in mij zagen voordat ik het zelf helemaal begreep.
Natuurlijk is het niet altijd gemakkelijk wanneer één van je kinderen zo ver van huis woont. Familie blijft belangrijk, waar je ook bent.
Maar mijn familie is blij met mijn roeping en blijft mij steunen. Gelukkig kunnen we vandaag gemakkelijk contact houden via telefoon en internet. Nigeria is soms maar één telefoontje ver.

“Kan u meer vertellen over uw roeping? Wanneer wist u dat God u
riep om priester te worden?”

Ik denk dat mijn roeping al begon voordat ik misdienaar werd.
Als kind zat ik vaak op de eerste rijen in de kerk. Ik zag de seminaristen wanneer ze naar onze parochie kwamen en ik bewonderde hen vanop een afstand.
Ik was geïnteresseerd in hoe ze gekleed waren, hoe ze de mis dienden en hoe ze zich gedroegen. Dat maakte mij nieuwsgierig.
Later werd ik misdienaar en kreeg ik de kans om hen beter te leren kennen. Sommige seminaristen kwamen naar onze parochie voor hun apostolisch werk. Door hen groeide mijn interesse in het priesterschap. Later ging ik naar de Holy Ghost Academy in Amaokpala, waar mijn weg naar het priesterschap echt vorm begon te krijgen. In die tijd kende ik vooral diocesane priesters. Veel van mijn vrienden die later priester werden, werden ook diocesane priesters. Daarom dacht ik in het begin niet aan de Spiritijnen.
Een belangrijke persoon op mijn weg was mijn toenmalige directeur, pater John Anyaegbunam, CSSp. Hij hielp mij om anders naar mijn roeping te kijken en bracht mij meer in contact met de Spiritijnse manier van leven. Als ik vandaag terugkijk, kan ik zeggen dat mijn roeping niet op één moment is ontstaan. Het is stap voor stap gegroeid. God bracht verschillende mensen en ervaringen op mijn weg. Langzaam begon ik te begrijpen waar Hij mij naartoe leidde.

“U behoort tot de orde van de Spiritijnen. Wat is hun
kernboodschap en waarom hebt u voor deze orde gekozen?”

De Spiritijnen zijn een missionaire congregatie. Wij proberen het Evangelie te brengen naar verschillende plaatsen en culturen, vooral daar waar mensen onze aanwezigheid nodig hebben.
Wat mij vooral aantrok, was de missionaire geest. Je wordt geroepen om buiten je vertrouwde omgeving te gaan, andere mensen te ontmoeten, andere culturen te leren kennen en je leven met hen te delen. Ik had nooit gedacht dat ik op een dag in België zou wonen en Nederlands zou spreken. Maar dat is nu een deel van mijn missie geworden.

“Was het uw eigen keuze om naar Europa te komen?”
Ik heb gekozen voor het missionaire leven, maar ik heb niet zelf beslist dat ik naar België zou komen. Ik ben eind augustus 2023 in België aangekomen. Mijn congregatie heeft mij naar hier gestuurd.
Als missionaris leer je om beschikbaar te zijn. Soms brengt God je naar plaatsen waar je zelf nooit aan had gedacht.


“U spreekt goed Nederlands. Waar hebt u onze taal geleerd?”
Dank u! Maar ik ben nog altijd aan het leren.
Ik ben begonnen met Nederlands te leren bij Linguapolis. Dat heeft mij een goede basis gegeven, maar mijn leren is daar niet gestopt.
Na Linguapolis ben ik blijven zoeken naar verschillende manieren om mijn Nederlands te verbeteren. Ik heb verschillende seminaries en lessen gevolgd, zowel online als ter plaatse. Ik heb ook Locopedia en andere hulpmiddelen gebruikt. Ik heb gelukkig ook mensen ontmoet die mij onderweg hebben geholpen. Een taal leer je niet alleen in een klas. Je leert ook door de mensen die je ontmoet, door gesprekken te voeren en zelfs door fouten te maken.
Ik maak nog altijd fouten, natuurlijk. Maar dat vind ik niet erg. Ik denk dat je een taal vooral leert door ze te gebruiken. En ik weet dat ik nog meer moeite kan doen. Ik wil nog meer Nederlands spreken en
vooral de mensen beter begrijpen: hoe zij denken, hoe zij zich uitdrukken en wat zij meemaken. Daarom mogen mensen mij gerust uitnodigen voor een gesprek, een activiteit, een ontmoeting of om samen iets te bespreken. Spreek gerust Nederlands met mij en
verbeter mij wanneer ik een fout maak. Dat helpt mij om beter te worden. Voor mij gaat Nederlands leren niet alleen over correct spreken. Het gaat vooral over relaties opbouwen. Hoe meer ik met mensen spreek, hoe beter ik hen begrijp en hoe meer ik mij verbonden voel met de gemeenschap.

“Wat betekent geloven voor u?”
Voor mij betekent geloven vooral: vertrouwen.
Je hebt niet altijd een antwoord op alles. Soms begrijp je niet waarom bepaalde dingen gebeuren. Maar geloven betekent dat je toch blijft vertrouwen dat God met je meegaat. Voor mij is geloof ook iets praktisch. Het gaat niet alleen over wat we in de kerk
zeggen. Het gaat over hoe we met andere mensen omgaan: met liefde, geduld, vergeving en zorg.

“U bent een dankbaar iemand. Op het einde van elke viering
bedankt u de mensen voor hun aanwezigheid. Is dankbaarheid
belangrijk voor u?”

Ja, heel belangrijk.
Ik denk dat we soms te veel kijken naar wat we niet hebben. Dankbaarheid helpt ons om te zien wat we wel gekregen hebben.
Wanneer ik de mensen na de mis bedank, meen ik dat echt. Ze hadden thuis kunnen blijven of iets anders kunnen doen, maar ze hebben ervoor gekozen om samen te komen en te vieren.
Voor mij is dankbaarheid ook een manier om God te erkennen. Uiteindelijk is wat we hebben een geschenk.

“Wat is uw favoriete Bijbelpassage, en waarom?”
Een Bijbeltekst die voor mij heel belangrijk is, komt uit het Evangelie volgens Johannes:
“Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie.”
Die woorden betekenen veel voor mij omdat ze mij eraan herinneren dat ik niet alles alleen hoef te doen. Als priester heb je verantwoordelijkheden en wil je mensen zo goed mogelijk helpen.
Maar uiteindelijk heb je God nodig. Zonder Jezus zijn we niets. Voor mij betekent dat niet dat we zwak zijn. Het betekent dat we weten waar onze kracht vandaan komt.

“Hoe kunnen we volgens u ons christelijk geloof en onze vieringen
aantrekkelijker en toegankelijker maken voor de mensen van deze
tijd?”

Ik denk dat we eerst naar de mensen moeten luisteren.
Mensen hebben vandaag nog altijd vragen over liefde, lijden, eenzaamheid, vergeving, de dood, hoop en de zin van het leven. Die vragen zijn niet verdwenen. Misschien gebruiken mensen gewoon niet meer dezelfde taal als vroeger. Daarom moeten wij als Kerk soms eenvoudiger spreken. Niet altijd moeilijke
woorden gebruiken, maar woorden die mensen begrijpen.
En vooral: mensen moeten zich welkom voelen.
De Kerk is een plaats waar we liefde delen. We hebben elkaar nodig en we moeten voor elkaar zorgen. Een viering mag mooi en plechtig zijn, maar ze moet ook menselijk zijn. Mensen moeten kunnen voelen: “Ik ben hier welkom. Ik mag hier mezelf zijn. Ik ben hier niet alleen.” Ik denk ook dat priesters toegankelijk moeten zijn. Soms kan een eenvoudig gesprek bij een kop koffie meer betekenen dan een lange toespraak.
We moeten mensen ontmoeten waar ze zijn.

“Wat is uw favoriete Belgische eten?”
Ik hou van stoofvlees met frieten. En natuurlijk zijn Belgische frieten moeilijk te weigeren. Maar ik moet eerlijk zijn: ik ben nog altijd Nigeriaan. Dus ik kan zeker niet zonder een goede Nigeriaanse maaltijd. Ik kook ook graag, en ik denk dat ik behoorlijk goed kan koken! Buiten mijn werk als priester hou ik van sport, muziek en avontuur. Ik hou ervan om nieuwe plaatsen te ontdekken, mensen te ontmoeten en nieuwe dingen te beleven.

“Dank u wel, Pater Chibundo.”

Graag gedaan. En ik wil ook de mensen bedanken die mij hier in België welkom hebben laten voelen. Ik ben nog altijd aan het leren: de taal, de cultuur, de mensen en de manier waarop het geloof hier wordt beleefd. En ik wil blijven leren. Voor mij is priester zijn uiteindelijk heel eenvoudig: er zijn voor mensen, naar hen luisteren, met hen lachen en soms met hen huilen, Gods Woord delen en samen met hen op weg gaan. En misschien is dat ook wat ik hier in België doe: leren van de mensen en tegelijk iets delen van wat God mij heeft gegeven. Ik hoop dat mensen zich altijd vrij voelen om naar mij toe te komen, met mij te praten, mij uit te nodigen in hun leven en hun ervaringen met mij te delen. We kunnen van elkaar leren. Want uiteindelijk is de Kerk niet alleen een gebouw. De Kerk zijn mensen. En we hebben elkaar nodig.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *